‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Kopgroep
  • ‘Er gebeuren veel mooie dingen en die willen we zichtbaar maken’

‘Er gebeuren veel mooie dingen en die willen we zichtbaar maken’

Het begon met een handvol voorbeelden van hechte samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, praktijk en hier en daar ook gemeente. Gericht op het verlenen van betere zorg en betere zorgopleidingen. Nu, een jaar later, zijn die paar voorbeelden uitgebreid naar een community met 58 leden: de Kopgroep van Zorgpact. Tijd om even stil te staan bij dit bijzondere initiatief met Doekle Terpstra en Petrie Roodbol.

‘Er gebeuren veel mooie dingen en die willen we zichtbaar maken’

‘Het zijn allemaal mensen die enthousiast met de zorg aan de slag gaan. Dan wel in het zorgonderwijs, dan wel in de praktijk’, antwoordt Petrie Roodbol enthousiast op de vraag wat deze Kopgroep van inmiddels 58 koplopers zo kenmerkt. Samenwerkingsverbanden tussen onderwijs- en zorginstellingen, waarbij soms ook een gemeente is aangehaakt. Met elkaar ontwikkelen ze nieuwe initiatieven gericht op het verbeteren van de zorgverlening en de zorgopleidingen. Initiatieven die uiteenlopen. Van voorstellen hoe zorgopleidingen meer bij de praktijk betrokken kunnen worden en visa versa, tot huiskamers waar ouderen en zorgprofessionals kennismaken met de nieuwste zorgtechnologie. En ook de doelgroepen waarop de koplopers zich richten zijn divers: studenten, zorgprofessionals, cliënten. Maar wat de koplopers volgens Roodbol bindt is de innovatie.

Petrie Roodbol

Trots

Innovaties die een etalage verdienen. Vanuit die gedachtegang is de Kopgroep dan ook in eerste instantie opgericht. Om zo volgens Roodbol ‘de koplopers te ondersteunen met hun initiatief.’ Doekle Terpstra: ‘In eerste instantie dacht ik bij het starten van de Kopgroep, we moeten oppassen dat dit niet weer het zoveelste lijstje wordt. Een ranking van wie de beste is. Maar we zijn nu een jaar verder en ik moet zeggen dat ik heel enthousiast ben. Mensen zijn trots op wat ze aan het doen zijn en zoeken een manier om dat naar buiten te brengen. De Kopgroep geeft hun die mogelijkheid. Want er gebeuren veel mooie dingen en die willen we zichtbaar maken. Daarbij zijn de koplopers ook trots op het feit dat ze in de Kopgroep zitten. Dat zie je al als ze de banner, een concreet teken dat het initiatief bij de Kopgroep hoort, in ontvangst nemen. Deze community maakt dus niet alleen de vernieuwing zichtbaar, maar ook de beroepstrots.’ Roodbol: ‘Die trots merk ik ook bij de aanvragen. Mensen willen heel graag bij de Kopgroep horen. Alsof het een soort keurmerk is. Terwijl wij het zo helemaal niet bedoeld hebben.’ Toch wordt niet elk samenwerkingsverband automatisch een koploper. Terpstra: ‘Aan de voorkant zit een lichte toets. Dat geeft de community naar mijn idee net wat meer gewicht.’

Doekle Terpstra

Lerende gemeenschap

Inmiddels is de Kopgroep meer geworden dan een etalage en ontwikkelt het zich steeds meer tot een lerende gemeenschap. Roodbol: ‘Je ziet dat partijen nu ook van elkaar beginnen te leren. Ze zoeken elkaar op, kijken bij elkaar en denken na hoe ze met die nieuwe informatie hun eigen initiatief kunnen verbeteren. Het stimuleert echt de creativiteit bij mensen. Niet alleen vanuit de bestuurlijke kant, maar juist ook vanuit de medewerkers zelf.’

Terpstra: ‘Bij veel partijen binnen de zorg en welzijn zie ik echt bereidheid om te willen vernieuwen en veranderen, maar die bereidheid gaat vaak gepaard met handelingsverlegenheid. Want hoe moet dat dan precies? Daarom is het goed dat er zoiets is als de Kopgroep waar partijen naar elkaar willen kijken en van elkaar willen leren om elkaar op weg te helpen bij dat soort vraagstukken.’

Roodbol: ‘Daarbij doet de Kopgroep ook echt een appèl aan het thema leven lang leren. Er zijn bijvoorbeeld initiatieven binnen de Kopgroep waarbij studenten zorgprofessionals bijscholen, en die zorgprofessionals waarderen dat ook.’ Projecten die laten zien dat het leren niet ophoudt zodra je de schooldeur achter je dichttrekt. Roodbol: ‘Het woord opleiding is dan ook een woord dat steeds meer verdwijnt. Het suggereert een leertraject van begin tot eind, terwijl je eigenlijk pas met leren begint na je opleiding.’ De Kopgroep maakt dat zichtbaar en is ook op dit gebied vernieuwend bezig. Terpstra: ‘Bij verschillende koplopers wilden ze af van het klassieke gesprek over een leven lang leren. Want daar zit veel te veel de expliciete boodschap ingesloten van ‘gij moet en gij zult’ en het is de vraag of dat wel aansluit bij de belevingswereld van de professional. In plaats daarvan gaan de HRM-medewerkers naar de teams toe om te vragen wat ze nodig hebben.’

Een inspirerende werking

Een kenmerkende karakteristiek van de Kopgroep: laten zien dat het ook anders kan. Maar wat levert een community als de Kopgroep aan het einde van de rit op? Terpstra: ‘Ik zie de Kopgroep echt als een proces waarin mensen elkaar stimuleren en inspireren. Dat kun je moeilijk in concrete resultaten vatten.’ Wat Terpstra wel opmerkt is dat de koplopers niet alleen elkaar weten te inspireren, maar dat ze ook daarbuiten een inspirerende werking hebben. Terpstra: ‘Vorige week sprak ik Theo Rietkerk, bestuurder van ROC Landstede. Hij vertelde mij dat hij zich mede door het initiatief van de Kopgroep en ook door het Zorgpact enorm uitgedaagd voelde om de samenwerking binnen zorg en welzijn anders te organiseren.’

En ook op andere gebieden binnen de zorg ziet Terpstra steeds meer samenwerkingsverbanden tot stand komen. Terpstra: ‘Zo zie ik dat er nu ook steeds meer arbeidsmarktcoöperaties komen. Vanuit hetzelfde idee: leren van elkaar. Met elkaar kijken hoe ze de werkgelegenheid kunnen opvangen in de regio. Wat dat betreft is het Zorgpact ook echt een doe-pact. We zijn geen beleidsconstruct, maar we proberen juist partijen bij elkaar te brengen. Ervoor te zorgen dat zij het gesprek met elkaar voeren over hoe je de zorg en welzijn verbetert. En aan deze voorbeelden zie je dat het werkt.’

Het jaar 2017

En het komende jaar, wat staat de Kopgroep dan te wachten? Roodbol: ‘Er komen nog steeds nieuwe innovaties bij. En nu het rapport van de commissie Kervezee is verschenen, verwacht ik ook dat er naar aanleiding daarvan nieuwe initiatieven ontstaan. De Kopgroep blijft dus groeien. Terpstra: ‘Daarbij zie je dat ook de variëteit aan het toenemen is. Zo komen er steeds meer welzijnsinitiatieven bij, maar ook een organisatie als Jeugdzorg is geïnteresseerd. Dat maakt dat het een heel mooi kleurig palet wordt van innovatie.’ Volgens Terpstra is er dan ook geen twijfel mogelijk dat de Kopgroep zich volgend jaar verder ontwikkelt. Terpstra: ‘Voor ons ligt daarbij de uitdaging dat we nog veel meer moeten nadenken hoe we die koplopers nog meer kunnen faciliteren. Hoe we ze nog meer bij elkaar kunnen brengen.’