‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Kopgroep
  • KeTJA: ‘Meer dan leuke onderzoeksresultaten’

KeTJA: ‘Meer dan leuke onderzoeksresultaten’

In Amsterdam werken jeugdpsychologen, ouder- en kindadviseurs, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen samen in de Ouder- en Kindteams. Ze werken in de wijk en op scholen, waar ouders en jongeren er terecht kunnen voor informatie, advies en hulp. Een hele nieuwe werkwijze, die ook voor professionals vragen oproept. Hoe kun je het beste samenwerken om de preventie en jeugdhulp in de stad te verbeteren? Daar krijgen ze hulp bij van het kennisconsortium KetJA.

KeTJA: ‘Meer dan leuke onderzoeksresultaten’

De Kenniswerkplaats Transformatie Jeugd Amsterdam (Koploper KetTJA) is een samenwerking van het Verwey-Jonker Instituut (penvoerder), gemeente Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Inholland, VU Amsterdam, Netwerk Effectieve Jeugdzorg Amsterdam (NEJA), GGD Amsterdam, Trias Pedagogica, Stichting Interculturele Participatie en Integratie (S-IPI), de Ouder- en Kindteams Amsterdam en het Jeugdplatform Amsterdam. De werkplaats wordt gefinancierd door ZonMW en de gemeente Amsterdam. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor de hulp aan jeugd en gezinnen in Amsterdam is de gemeente zowel opdrachtgever als gesprekspartner.

Vernieuwend actie-onderzoek

Naast een online stedelijk kennisportaal waar beleidsmakers, professionals, ouders en kinderen vragen kunnen stellen over jeugdzorgkwesties die onderzoekers beantwoorden, ondersteunt KetTJA de Ouder- en kindteams bij de ontwikkeling van hun methodische werkwijze en professionalisering van de teams. Dat gebeurt met vernieuwend actie-onderzoek. De resultaten ervan zijn direct toepasbaar in de praktijk en krijgen een plek in het onderwijs van de opleidingen voor jeugdprofessionals in de stad.

Professionals als onderzoeker

Associate lector Roel van Goor van Hogeschool Inholland: ‘Klassiek onderzoek gaat vaak uit van stabiele situaties. De onderzoeker haalt volgens een vooraf vastgestelde aanpak informatie op om antwoord te kunnen geven op onderzoeksvragen. Vervolgens wordt dit verwerkt in een rapport en is het aan de opdrachtgever om de aanbevelingen te implementeren. In onze methode trekken we voortdurend op met de professionals. Van het formuleren en beantwoorden van onderzoeksvragen tot de invoering ervan in de praktijk. Bijzonder is dat professionals en teamleiders ook deel uitmaken van het onderzoekteam. Dat is heel waardevol. Door de directe inbreng van professionals in het onderzoek, krijgen we een veel scherper beeld van wat er echt speelt in de praktijk. Maar eerlijk is eerlijk: de directe inbedding van het onderzoek in de praktijk maakt het niet altijd makkelijker. Het vergt voortdurend overleg, afstemming en bijstelling van het onderzoek in een werkveld dat voortdurend in verandering is.’

Roel van Goor

Roel van Goor

Leren en reflecteren: onderzoek naar casuistiekbesprekingen

Deze vorm van actiegericht onderzoek levert mooie resultaten op. Een goed voorbeeld hiervan is het onderzoek naar casuïstiekbesprekingen in de Ouder- en Kindteams.

Mariska van der Steege is namens de Ouder- en Kindteams betrokken bij de leerlijn van medewerkers in de organisatie. 'Elke professional in de Ouder- en Kindteams wil steeds betere hulp bieden aan ouders en kinderen. Dit is een belangrijke drijfveer om dit werk te doen. Reflectie is een belangrijke vaardigheid om jezelf te ontwikkelen en te professionaliseren: help je handelen ouders en kinderen een stapje verder? Doen we het goede? In onze sector komt veel op ons af. We moeten oppassen dat we onszelf niet verliezen in de waan van de dag. Daarom is het zo belangrijk om tijdens casuïstiekbesprekingen regelmatig even van een afstandje naar het werk te kijken en de gemaakte overwegingen en keuzes te toetsen bij collega’s.’    

Reflectie is een belangrijke vaardigheid om jezelf te ontwikkelen en te professionaliseren: helpt je handelen ouders en kinderen een stapje verder?

Overleg wordt niet vanzelf lerend

Elke week komen de jeugdpsychologen, ouder- en kindadviseurs, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen samen. Ze stellen vragen en bespreken knelpunten om een beeld te vormen van ouders en kinderen en samen te komen tot nieuwe inzichten en ideeën voor handelen. Naast kennisuitwisseling, willen de deelnemers van de Ouder- en Kindteams ook leren te reflecteren. Dat gaat niet zomaar. 'Een overleg wordt niet vanzelf lerend', zegt Van der Steege. ’Dus toen onderzoekers van KeTJA met het idee kwamen om met elkaar te onderzoeken hoe we dit kunnen organiseren, waren we daar erg blij mee.'

Implementatie tijdens onderzoek

De onderzoekers van KetJA observeerden casuïstiekbesprekingen van drie teams. Ze reflecteerden er achteraf met de deelnemers op. Zo werden inzichten in samenspraak met de professionals ontwikkeld. De resultaten uit dit actie-onderzoek leverde handreikingen op, waarmee de teams hun besprekingen kunnen verdiepen, zoals een structuur hoe een casus te bespreken en welke voorbereiding nodig is om een casus in te brengen. 'Het was mooi om te zien dat de deelnemende teams steeds bewuster werden van hun eigen handelen', blikt Van Goor terug. 'De implementatie begon al tijdens het onderzoek.'


Andere onderzoeken KETJA

Een ander deelonderzoek van KetJA  richt zich op de methodische principes die aan de basis liggen van het werk van de Ouder- en Kindteams. Hoe werken ouder- en kindadviseurs aan het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen? Welke werkwijze worden ingezet bij gesprekken met ouders over opvoeding? En hoe dragen de Ouder- en Kindteams bij aan het versterken van ondersteunende netwerken in de wijk? KeTJA wil eraan bijdragen dat iedereen in de Ouder- en Kindteams een beeld heeft van “Dit is hoe wij werken”.’ 

Daarnaast loopt er nu een onderzoek naar vormen van supervisie op de uitvoering van basistrainingen in de Ouder- en Kindteams. Van der Steege: ‘De trainingen die professionals geven aan ouders en kinderen verzorgen ze op verschillende locaties. Denk aan weerbaarheidstrainingen, cursussen sociale vaardigheden, trainingen om faalangst de baas te worden en oudercursussen. Om hun vaardigheden te onderhouden, bezoeken de professionals werkplaatsen. Sommige trainers moeten meerdere werkplaatsen volgen. We vragen ons af of dit wenselijk is. Of dat het beter is om de werkplaatsen integraal te organiseren. Een aantal onderdelen uit die trainingen overlappen elkaar. Daarnaast willen we onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de trainers hun kennis op peil houden.’

Van Goor: ‘In dit onderzoek komen inhoud en organisatie samen. Het is dus een vraagstuk met meerdere aspecten. Om daarop een goed antwoord te geven, is het nodig om met de juiste mensen te spreken en steeds terug te koppelen om te checken of je op het juiste spoor zit. Rechtlijnig onderzoek - data verzamelen en opschrijven - werkt niet.’

Doen

Van der Steege is enthousiast over de onderzoeksaanpak. ‘De validering en toepasbaarheid van dit onderzoek is groot. Voorheen kregen we leuke resultaten, maar die konden we niet meteen gebruiken. Nu kunnen we er direct iets mee doen.’

En dat geld ook voor het onderwijs. De inzichten uit het onderzoek en de praktijk, worden verwerkt in het curriculum van opleidingen van Hogeschool Inholland en de Hogeschool van Amsterdam. ‘Studenten leren in het onderwijsblok “Wijkgericht werken in een wijkteam” bijvoorbeeld al te reflecteren in casuïstiekbesprekingen', zegt Van Goor. 'Daarnaast kijken we hoe we onze studenten kunnen betrekken bij onderzoek. Het actiegerichte onderzoek binnen KetJA is nu nog te complex voor hen om het zelf te doen, maar we denken na over manieren om studenten in de wijk waardevolle informatie te laten verzamelen bij ouders en kinderen.'