Leren werken met Zora

Een robot die ouderen stimuleert om te bewegen, maar ook onrustige bewoners met dementie gerust weet te stellen. En dat zijn nog maar een paar voorbeelden van haar mogelijkheden. Maak kennis met Zora, de zorgrobot. De toekomst van de ouderenzorg: steeds meer zullen dit soort robots hier hun intrede doen. Dat betekent voor zorgmedewerkers dat ze moeten leren werken met deze nieuwe techniek. Maar hoe krijg je medewerkers zo ver dat ze dit daadwerkelijk (structureel) gaan doen? En wat zijn daarbij belangrijke voorwaarden? Zorgpact sprak met leden van de Kopgroep Wilma Polhoud (De Koperhorst) en Miriam van Kessel (QuaRijn) over hun ervaringen met het implementeren van Zora.

Leren werken met Zora

Zowel zorginstelling De Koperhorst als zorgaanbieder QuaRijn doen mee aan het project ‘Zorgvernieuwing door inzet van robot Zora’, opgezet door Instellingen voor Verpleging en Verzorging in Utrecht (IVVU). Met dit project wil de IVVU zorgorganisaties, medewerkers en bewoners bekendmaken met Zora en hen ervaringen laten opdoen met de mogelijkheden van deze zorgrobot. Met tot nu toe positieve resultaten.

Wilma Polhoud

Eerste kennismaking

Zora is een zogenaamde humanoïde robot: ze is uitgerust met armen, benen en een hoofd en kan zich lopend voortbewegend. Zora prikkelt ouderen om te bewegen, liedjes te zingen en te luisteren naar verhalen. Zo kan Zora worden ingezet bij revalidatie, het voorlezen van nieuws, diverse spelletjes en dansen.

Positief waren medewerkers bij zorginstelling de Koperhorst toen ze te horen kregen dat ze met Zora zouden gaan werken. Polhoud: ‘Tuurlijk hadden medewerkers ook wel vragen, maar er heerste geen scepsis of angst. Zo hoor je nog weleens dat mensen bang zijn dat robots hun werk overnemen. Maar van die angst was hier geen sprake.’ Anders ging dat bij zorgaanbieder QuaRijn. Van Kessel: ‘QuaRijn heeft verschillende huizen en heel veel verschillende doelgroepen. Om iedereen te kunnen bereiken, deed ik een oproep via intranet waarin ik voorstelde om langs te komen met Zora. Helaas ging niemand hierop in en de reacties die ik kreeg, waren niet zo positief. Medewerkers dachten dat cliënten niet op een zorgrobot zaten te wachten en snapten niet waarom er geïnvesteerd was in zo’n duur apparaat.’

Die reacties veranderden toen Van Kessel besloot om op tournee te gaan met Zora. Van Kessel: ‘Ik ben van huis uit bewegingsagoog en zet Zora vooral in voor bewegingsprogramma’s. Zo ben ik met haar langsgegaan bij dagcentra, ontmoetingscentra, afdelingsunits, cliëntenraden, bestuurders en werkoverleggen van collega’s. En je merkt dat als je eenmaal laat zien wat Zora kan, zowel cliënten als medewerkers heel enthousiast worden. Met positieve reacties op intranet tot gevolg.’

Laten zien wat Zora kan, was ook de manier waarop ze bij de Koperhorst aan de slag gingen. Polhoud: ‘We zijn met een aantal medewerkers naar een demonstratie van Zora geweest en Zora is voor een demonstratie op de Koperhorst geweest.’

Miriam van Kessel

Implementatie

Scholing voor een aantal medewerkers en ‘coaching on the job’ was bij de Koperhorst de volgende stap. Polhoud: ‘We wilden de lat vooral niet te hoog leggen voor medewerkers, door te stellen dat ze van alles moesten kunnen met Zora. In plaats daarvan hebben we ze spelenderwijs laten kennismaken met de zorgrobot. Dan merk je dat een aantal medewerkers het heel leuk vindt en er heel enthousiast mee bezig is. En dat anderen er wat meer in meegetrokken moeten worden.’

Maar hoe zorg je er vervolgens voor dat medewerkers Zora structureel gaan inzetten? Polhoud: ’We hebben op een gegeven moment ingevoerd dat elke afdeling Zora een keer in de week zou gaan gebruiken. Hiervoor hebben we ook een rooster opgesteld. Daarbij bieden we ook de nodige ondersteuning. Zo hebben we voor elke afdeling een aanspreekpunt aangesteld waar medewerkers terechtkunnen met vragen. Daarnaast proberen we de medewerkers zo veel mogelijk te ontlasten. Zo zet de technische dienst Zora klaar op het moment dat medewerkers met Zora willen gaan werken. En neemt de afdeling Welzijn de programmering van Zora voor haar rekening.’

Ook bij QuaRijn hebben een aantal activiteitenbegeleiders een Zora-training gevolgd. Toch blijft daadwerkelijke implementatie van Zora hier een uitdaging. Van Kessel: ‘Hoewel medewerkers enthousiast zijn als ze eenmaal kennis gemaakt hebben met Zora, willen ze er toch nog niet mee aan de slag gaan. Dat zie je ook bij mensen die de training hebben gevolgd. Ze vonden het een leuke middag, maar pakken het vervolgens niet op. Dat heeft mij geleerd om voortaan toch eisen te stellen op het moment dat ik zo’n training aanbiedt. Klinkt onaardig, maar het is essentieel om mensen te stimuleren om met Zora te gaan werken.’ Wat het implementatieproces daarbij ook ingewikkeld maakt, is dat Van Kessel meerdere huizen moet bedienen met één zorgrobot. Van Kessel: ‘Dat maakt het ook lastig om Zora bekend te maken in de hele organisatie.’

Maar ze geeft niet op. Van Kessel: ‘Mijn strategie is nu om op medewerkers af te stappen die enthousiast zijn over robotica en hen in te zetten als ambassadeurs van Zora. Zo’n ambassadeur wil ik trainen in het bedienen en inzetten van de zorgrobot. De robot verblijft vervolgens in het huis waar de ambassadeur werkzaam is. Zo kan hij de medewerkers spelenderwijs kennis laten maken met Zora en tegelijkertijd als aanspreekpunt dienen op het moment dat medewerkers ergens tegenaan lopen.’

Voorwaarden

Mensen de ruimte geven om met Zora te experimenteren, scholing en (technische) ondersteuning bieden waar dat mogelijk is. Het zijn volgens Polhoud essentiële elementen om een nieuwe techniek, zoals Zora, op een succesvolle manier te implementeren. Polhoud: ‘Er moet iemand zijn op wie medewerkers kunnen terugvallen, zodat ze niet het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan. Daarbij is het ook belangrijk om op een heldere manier te communiceren. Wees duidelijk in wat Zora kan en wat zij niet kan en hoe je ondersteuning biedt. En verder is het vooral een kwestie van doen en kijken wat je tegenkomt in het proces. Natuurlijk heb je met veel kinderziektes te maken. Zo is Zora nog weleens stuk of heb je geen verbinding op het moment dat je met haar wilt werken. Maar door het uiteindelijk te doen en te blijven proberen, kom je verder met elkaar.’

Zora en permanent leren

Veranderingen in zorg en welzijn vragen om andere, nieuwe vaardigheden van mensen die in de zorg werken. Dat betekent dat zorgprofessionals blijven leren, ook na hun opleiding. Permanent leren is dan ook een van de hoofdthema’s waarop het Zorgpact zich richt. In dat kader besteden we graag aandacht aan de manier waarop zorginstellingen hun medewerkers stimuleren om te leren werken met nieuwe technieken, zoals Zora.