‹ Terug naar alle regionale pacten

Samenwerken doe je door boundary crossing

‘Een werkplek is altijd de beste plek om te leren.’ Dat is het adagium van het Hart van Vathorst dat onderdak biedt aan twee zorginstellingen, een kerk en een kindercentrum. Bovendien start er op 13 september een werkpleklerenproject. Kortom: een werkleerbedrijf pur sang en dus een uitstekende plek voor een inspirerende middag over de rol van de organisatie bij leren in de praktijk. Zo’n 40 betrokkenen van werkgevers en onderwijsinstellingen kwamen ervaringen delen en inzichten opdoen bij de 2e werkbijeenkomst van het Zorgpact over het thema Leren in de praktijk.

Samenwerken doe je door boundary crossing

Welke zorg is er nodig en wat vraagt leren in de praktijk van een organisaties?

Het streven is betere zorg door een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. “Om dat te bereiken moet je anders kijken, anders leren, anders doen; in een omgeving waar je de verbinding ziet leer je beter.” Volgens Cecile Swennenhuis, opleider van ROC Midden Nederland, ligt de sleutel voor betere aansluiting in wijkgericht werken, innovatief onderwijs en de inzet van slimme technologie. Door studenten, docenten en patiënten dichter bij elkaar te brengen kun je sneller acteren en daardoor betere zorgkwaliteit bieden.

Het verhaal van Erica Aalsma, oprichter De Leermeesters, sloot daarop aan. Zij refereerde aan het advies van de SER: investeer in praktijkleren. Een beroep leer je nu eenmaal het beste in de praktijk, maar dat gaat niet in één keer. Erica Aalsma noemt dit ‘compartimentalisme, het opdelen van de leeronderdelen. De grootste succesfactoren voor praktijkleren zijn: een veilig leerklimaat, uitdagend werk, eigen verantwoordelijkheid mogen dragen en inhoudelijke en sociale begeleiding op de werkvloer.  

Voor het onderwijs en de werkvloer is ‘boundary crossing’ belangrijk: over grenzen tussen het onderwijs en de praktijk heen stappen. Samenwerking is hierbij essentieel. Als onderwijs en de werkvloer elkaars perspectief  innemen, kan een leeromgeving worden ontwikkeld die alle elementen van zowel leren als werken in zich heeft. Een hybride leeromgeving bijvoorbeeld, integreert het leerproces van het onderwijs en de werkvloer in eenzelfde plaats en tijd. 

In de sessie Good practices vanuit een onderwijsinstelling of leerbedrijf ging lector Robbert Gobbens in op de vraag waarom praktijk, onderwijs en onderzoek bij elkaar moeten komen - en wat ervoor nodig is om partijen samen op te laten trekken. Als lector is hij betrokken bij het Leer- en InnovatieNetwerk (LIN), een samenwerking tussen de wijk en de opleiding Verpleegkunde van Hogeschool Inholland. Studenten en medewerkers werken samen gericht aan vraagstukken uit de praktijk zelf. Om te illustreren hoe dit werkt gingen deelnemers aan de slag met het opzetten van een eigen Leer- en innovatienetwerk.

Enkele lessen:

  • Zorg ervoor dat ook medewerkers kunnen leren en onderzoeken. Dit kan goed door een omdraaidag in te voeren. Op zo’n dag wordt het werk (deels) door de studenten overgenomen, zodat medewerkers tijd hebben voor (onderzoeks)projecten.
  • Zorg voor een ongemakkelijke hoeveelheid studenten in zo’n netwerk, want dan lopen ze in de weg en moeten ze wel iets anders gaan doen. Hiermee voorkom je dat ze volledig worden ingezet als ‘extra handjes’. Op deze manier durven studenten sneller iets aan te kaarten omdat ze serieuzer genomen worden

Leren en werken in leernetwerken
Renée Oosterwijk van NetwerkZON2020 vertelde over het succes van the H(ealth) factor, waarin 50 interdisciplinaire leernetwerken worden ontwikkeld in Groningen, Drenthe en Noord-Overijssel (inmiddels zijn 23 leernetwerken actief). Meerlagigheid, elkaar weten te bereiken, gezamenlijk toekomstperspectief en onderlinge afhankelijkheid zijn volgens Oosterwijk voorwaarden voor een succesvol netwerk.

“Spreek elkaars taal, verplaats je in de ander en schiet niet gelijk in de concurrentiestand. Een voorbeeld: De regio Noord had te kampen met een groot tekort aan stageplaatsen. Door een samenwerking aan te gaan met ziekenhuizen in Duitsland konden alle stageplekken worden ingevuld waardoor 400 studenten hun opleiding uiteindelijk in Nederland konden afronden.”

De rol van de onderwijs- en zorgorganisatie 
Bram Loog en Barbara Vos van SBB gingen tijdens hun sessie in op de rol van de organisatie (onderwijs en zorg) in praktijkleren en hoe SBB hierin een bijdrage kan leveren door te ondersteunen bij:

  • Hybride leren en andere vormen van samenwerking in de regio
  • Borging kwaliteit van opleiden in de praktijk
  • Flexibele inzet van certificaten / keuzedelen en de flexibele inzet van kwalificatiedossiers

Omdat de arbeidsmarkt snel verandert is leven lang leren en flexibilisering van het onderwijs van groot belang. Functies veranderen steeds meer in rollen op het werk. De kwaliteit van het praktijkleren moet geborgd zijn in deze snel veranderende arbeidsmarkt. Loog en Vos bespraken met de deelnemers wat er nodig is voor de verdere flexibilisering van het onderwijs en leren op de werkvloer.

In de ouderenzorg is er een spanningsveld tussen wat de organisatie nu nodig heeft en wat het onderwijs kan bieden. Vos: “De kwalificatiestructuur is flexibeler dan vaak wordt aangenomen, op onderdelen kunnen ook certificaten worden behaald. Omdat de arbeidsmarkt nu krap is komen ook werknemers met (deel)certificaten gemakkelijk aan een baan.”