‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Kopgroep
  • Technologie in de zorg: een oplossing en uitdaging

Technologie in de zorg: een oplossing en uitdaging

Elektronische patiëntendossiers, beeldschermzorg, domotica. Meer en meer doet technologie zijn intrede in de gezondheidszorg. Een ontwikkeling die consequenties heeft voor hoe we leven, leren en zorgen. Zorgpact besteedt graag aandacht aan dit thema. Want wat kan technologie de zorg bieden? Hoe borg je het gebruik ervan binnen zorginstellingen? En wat vergt het werken met technologie van huidige en toekomstige zorgverleners en docenten uit het zorgonderwijs? Een gesprek met drie leden van de Kopgroep: Jurre Ongering (Waag Society /MakeHealth), Josine Warnier (Zorgtechniek Limburg) en Sioe Li Liem (Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg & Technologie)

Technologie in de zorg: een oplossing en uitdaging

Zorgtechnologie. Voor alle drie de koplopers loopt het als een rode draad door hun werkzaamheden. Neem het project MakeHealth van de Waag Society. Een project waarbij cliënten en zorgprofessionals in de rol van maker zelf oplossingen voor hun specifieke zorgvraag bedenken, met behulp van zorgtechnologie. Volgens de filosofie van de Waag Society kan de innovatieve kracht van cliënten en zorgprofessionals namelijk beter benut worden. Met het project MakeHealth verkent zij deze benadering. Zorgtechniek Limburg (ZTL) en het Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg & Technologie (EIZT) zijn beide kennis- en netwerkorganisaties. Door middel van een onderzoeks- en innovatieprogramma houden zij zich bezig met het innoveren van het zorgonderwijs. ZTL richt zich hierbij meer op het mbo en EIZT meer op het hbo. Daarnaast begeleiden beide instanties de implementatie van technologie in de zorg. Om deze zorginnovaties te verankeren in de praktijk, bieden zij aan huidige en toekomstige zorgprofessionals scholing en training aan.

foto geïnterviewden zorg en technologie
Sioe Li Liem, Josine Warnier en Jurre Ongering
In de media wordt zorgtechnologie vaak uitgelegd als een pure bezuinigingsmaatregel, terwijl het echt meerdere voordelen heeft.

Technologie als oplossing

Wat kan technologie de zorg bieden? Veel, zo blijkt bij het aanhoren van Jurre Ongering, Josine Warnier en Sioe Li Liem. ‘De zorg staat voor hele grote uitdagingen’, begint Liem. ‘Zo hebben steeds meer mensen door de vergrijzing zorg nodig. Maar vanwege budgettaire beperkingen en te weinig mankracht kunnen we dat niet meer regelen, zoals het nu gaat. Technologie kan dan een oplossing bieden.’ Als simpel voorbeeld noemt Liem de iPad waarmee zorgprofessional en cliënt met elkaar kunnen communiceren. Liem: ‘De zorgprofessional heeft daardoor geen reistijd meer en kan meer cliënten spreken op een dag.’ Maar technologie levert meer op dan alleen efficiëntie. ‘Wat dat betreft merk ik dat zorgtechnologie te maken heeft met een imagoprobleem’ zegt Josine Warnier. ‘In de media wordt het vaak uitgelegd als een pure bezuinigingsmaatregel, terwijl het echt meerdere voordelen heeft. Neem de banen in de nachtzorg, waar zorginstellingen steeds meer werken met cameratoezicht. Ik sprak hierover met een verpleegkundige. Zij merkt dat ze door het werken met cameratoezicht veel gerichter zorg kan leveren. Ze hoeft immers niet de hele tijd rondes te lopen en de cliënt onnodig te storen. Bovendien kan cameratoezicht het veiligheidsgevoel van zorgprofessionals vergroten. En dat is prettig. Zeker als je als zorgprofessional te maken hebt met mogelijke agressie.’

Ingebed in de visie van een zorginstelling

Zorgtechnologie kan dus een oplossing zijn voor veel uitdagingen in de zorg. Maar dat betekent niet dat zorginstellingen het klakkeloos moeten toepassen. Warnier: ‘Ik merk dat veel zorginstellingen niet helemaal helder hebben wat ze met zorgtechnologie willen bereiken. Ze hebben het idee dat ze er iets mee moeten, maar het daadwerkelijke doel ontbreekt regelmatig. Het wordt daardoor ook lastig om het gebruik van technologie in hun visie te verwerken. En om zo de implementatie ervan te borgen in de dagelijkse zorgprocessen. Aan de andere kant zien wij ook organisaties bij wie dat wel heel goed gaat. Dat technologie daar snel landt en duidelijke resultaten oplevert. Die succesverhalen moeten wij eigenlijk meer gaan delen.’

Bij ons project MakeHealth zeggen we tegen zorgprofessionals en cliënten: ‘’Wacht nu niet op wat het systeem of anderen je gaan bieden, maar ga zelf eens kijken wat je nu al zelfstandig kunt doen.''

Toegespitst op de zorgvraag

Steeds belangrijker wordt het toepassen van technologie als antwoord op een specifieke (zorg)vraag van cliënt en zorgprofessional. Daarbij worden beide steeds meer betrokken. Jurre Ongering: ‘De markten in de zorgsector worden vaak afgebeeld als een driehoek die cliënt, zorgaanbieder en verzekeraar met elkaar verbindt. Dat complexe institutionele geheel bestaat binnen een bredere maatschappelijke context en is overladen met regelgeving. Vanuit dat systeem worden nu zorginnovaties ontwikkeld vanuit een klassieke professionele rolverdeling. Een proces dat wordt gekenmerkt door veel obstakels. Bij ons project MakeHealth zeggen we tegen zorgprofessionals en cliënten: ‘’Wacht nu niet op wat het systeem of anderen je gaan bieden, maar ga zelf eens kijken wat je nu al zelfstandig kunt doen. Durf daarbij eens als maker aan de slag te gaan en te profiteren van je eigen innovatieve capaciteit. Wellicht kunnen ook anderen daar later in delen, maar alles begint met jouw lef om je eerste concept of verbeteridee uit te werken.’’ Eigenlijk representeren wij als MakeHealth hierin ook meer een beweging dan een project. Want dit soort voorbeelden waarin cliënten en zorgprofessionals de rol van maker in de zorg aannemen, doen zich steeds vaker voor. Die voorbeelden proberen we dan ook te delen om zo anderen te inspireren om aan de slag te gaan.’ Warnier vult aan: ‘Dat past ook heel erg goed in de trend om cliënten meer verantwoordelijk te maken voor hun eigen gezondheid. En je voorkomt hiermee het ‘not invented here’ syndroom.’ Dat bedrijven het verwijt van cliënten krijgen dat de technologische toepassing niet goed genoeg op hun situatie is afgestemd.’

Lekker praktisch bezig zijn is in zo’n project meestal geen probleem, maar als het op praten aankomt, dan vinden de studenten dat nog weleens spannend

Nieuwe competenties en vaardigheden

Technologie die oplossingen biedt voor problemen in de zorg. Het liefst toegespitst op de specifieke (zorg)vraag. Dat vraagt om nieuwe competenties en vaardigheden van toekomstige en huidige zorgprofessionals. Ongering: ‘Iedere (technologische) oplossing begint met een vraag. Alleen door te praten kom je erachter wat die zorgvraag is.’ Ongering illustreert dat met een voorbeeld uit de praktijk van MakeHealth: ‘Het project MakeHealth wordt momenteel ondersteund door een aantal studenten die de minor Zorg & Technologie volgen. Deze studenten worden samen met studenten van andere opleidingen in multidisciplinaire teams gekoppeld aan cliënten met een uitdaging op het gebied van gezondheid. De teams krijgen van ons de opdracht om mét de cliënt een oplossing te bedenken voor zijn uitdaging. Lekker praktisch bezig zijn is in zo’n project meestal geen probleem, maar als het op praten aankomt, dan vinden de studenten dat nog weleens spannend. Terwijl praten juist een voorwaarde is om samen tot die vraag en uiteindelijk (technologische) oplossing te komen.’ Liem: Goed luisteren is inderdaad een belangrijke competentie. Maar ook het samenwerken in interprofessioneel verband en het kennismaken met de techniek is van belang. Ook om er creatief mee om te gaan.’ Warnier: ‘Daarnaast ontstaan er door zorgtechnologie ook nieuwe beroepen, zoals zorgtechnicus. Zo’n zorgtechnicus moet met een zorgprofessional kunnen communiceren. En hij moet weten wat een ziektebeeld voor invloed kan hebben op het gebruik van zorgtechnologie.’

Ook zonder veel voorkennis kunnen docenten bijdragen aan een innoverende houding van studenten.

Ook voor docenten brengt technologie de nodige veranderingen met zich mee. Warnier: ‘Het gaat er daarbij niet alleen om dat docenten kennis hebben over (zorg)technologie, zodat ze studenten kunnen informeren en enthousiasmeren. Maar ook hoe ze technologie didactisch gaan toepassen in hun lessen. Dan heb ik het ook meer over e-learning of gamificatie.’ Ongering: ‘Ook zonder veel voorkennis kunnen docenten bijdragen aan een innoverende houding van studenten. Docenten zijn echter gewend om les te geven vanuit hun expertrol. Maar waarom zegt de docent niet vaker: ‘’Ik ben geen ingenieur of technicus, maar we hebben ideeën over hoe iets beter kan. Dus laten we samen een poging wagen om het ook echt beter te maken.’’ Zo’n les zie ik wel zitten. Stel je voor dat we die uitvindersmentaliteit kunnen meegeven vanuit de opleiding. Ik geloof dat dit op alle niveaus van onze zorgsector en zelfs daarbuiten kan bijdragen aan het lef van zorgprofessionals om zelf de aanjager te zijn van innovatie.’