‹ Terug naar alle regionale pacten

Nieuwe zorgpacten: ‘Unieke kans om aan te sluiten’

Er zijn weer twee nieuwe regionale Zorgpacten bijgekomen. Sinds oktober is Zorgpact Flevoland een feit en Zorgpact Haaglanden/Nieuwe Waterweg Noord is een maand later van start gegaan. Een portret van twee nieuwe Zorgpacten.

Nieuwe zorgpacten: ‘Unieke kans om aan te sluiten’

Contact maken. Over de taalkundige betekenis van deze term is iedereen het eens. Maar hoe maak je dat contact in zorg en welzijn? Dat kan op allerlei manieren. En dat zie je ook in de organisaties die zijn aangesloten bij Zorgpact Flevoland. ‘Onze organisatie vult het contact met cliënten anders in dan de jeugdzorg’, vertelt Jan Krol, consulent belevingsgerichte zorg van Woonzorg Flevoland. ‘Dat geldt ook voor ons’, vult Jan Vos aan (ROC Landstede, locatie Lelystad).

Jan Krol

De verschillende benaderingen is het vertrekpunt van het Zorgpact Flevoland. ‘Het is een unieke kans voor alle organisaties om beter van elkaar te begrijpen wat we bedoelen met contact maken met cliënten en andere begrippen en zo tot een eenduidige werkwijze te komen’, stellen Krol en Vos. Dat levert betere zorg op, en het zorgt ervoor dat studenten beter zijn toegerust op de praktijk.

Ruimte voor maatwerk

Hiervoor moet het lesprogramma worden aangepast. Vos verwacht geen knelpunten. ‘Ons onderwijs is gebaseerd op kwalificatiedossiers. Daarin staat over welke kennis, vaardigheden en houding onze studenten moeten beschikken om hun diploma te halen. Binnen de begeleide onderwijstijd is er echter genoeg ruimte om ons lesprogramma op de praktijk af te stemmen.’

Vos heeft de kwalificatiedossiers al doorgenomen met enkele werkgevers. ‘O, dus zó zit het onderwijs in elkaar’, dacht Krol tijdens de gesprekken met Vos. ‘Doordat ik meer inzicht heb gekregen in het onderwijs, kan ik als werkgever al beter aansluiten op studenten die stagelopen of op net afgestudeerde mbo’ers.’

Jan Vos

Zorgpact Flevoland is ambitieus, maar heeft niet echt een concrete agenda opgesteld. Er is wel een ‘begrippenlijst’ voor de themabijeenkomsten. Dit past goed bij de wens om al werkende weg te ontdekken wat nodig is. De eerste themabijeenkomst, in maart 2017, gaat over contact maken. In dertien workshops gaan docenten, studenten en werkgevers bij Woonzorg Flevoland op zoek naar de beste manier om contact met cliënten te maken.

Laat je zien!

Bij Zorgpact Haaglanden/Nieuwe Waterweg Noord staat zichtbaarheid centraal. Michel Winnubst (ZorgZijn Werkt): ‘In onze regio gebeurt veel. Werkgevers, overheden en onderwijsinstellingen zijn trots op wat er gebeurt. Ze willen dit graag delen, zodat er weer nieuwe initiatieven ontstaan en we van elkaar kunnen leren. Er zijn veel koplopers hier in de regio, die geweldig goed werk verzetten. Zo presenteerde Extra Strong tijdens de Landelijke Werkdag Zorgpact een mooi doel om te investeren in de leerlijn voor de nieuwe medewerker zorg en welzijn. Ook lieten ze een initiatief zien dat de doorstroom van mbo naar hbo bevordert. Als Zorgpact Haaglanden/Nieuwe Waterweg Noord willen we zulke initiatieven met elkaar verbinden.’

Michel Winnubst

Winnubst stelt dat het regionale Zorgpact een stimulans is om de regionale samenwerking met hernieuwde aandacht op de agenda te zetten. ‘Het is een onderwerp waar wij al langer mee bezig zijn. De kracht van het Zorgpact is goed hierbij. Ook om het onderwijs en de overheden nog meer met elkaar te verbinden.’

Betrokken gemeenten

In zijn gesprekken met gemeenten merkt Winnubst dat deze overheden het regionale Zorgpact graag willen faciliteren en ondersteunen. ‘Gemeenten zoeken naar de beste manier om hun rol als facilitator en inkoper van zorg en welzijn in te vullen. Ze zien het Zorgpact als een goede samenwerkingsvorm om met alle partijen te werken aan het begrip “goede zorg”.’

De komende maanden benut het Zorgpact Haaglanden/Nieuwe Waterweg Noord om de grootste uitdagingen in de regio te inventariseren. Een aantal zaken zijn al helder, zoals een sterkere focus op zorg en welzijn in de wijk. Er is ook behoefte aan strategisch overleg om de aansluiting van het onderwijs op de beroepspraktijk te verbeteren.’