‹ Terug naar alle regionale pacten

Tech@doptie bouwt bruggen tussen zorg en technologie

Technologische innovaties kunnen de zorg enorm vooruit helpen. De voorwaarde is wel dat zorgverleners met deze technologieën kunnen werken. Deze vertrouwdheid met technologie moet al beginnen in de opleiding.

Tech@doptie bouwt bruggen tussen zorg en technologie

Het samenwerkingsproject Tech@doptie van de Gelderse ROC’s RijnIJssel en Nijmegen zet nadrukkelijk in op tweerichtingsverkeer: het project bereidt studenten zorg en welzijn beter voor op de praktijk én brengt medewerkers van zorginstellingen in contact met de nieuwste technologieën. Inge Kamphuis, projectleider Tech@adoptie en Jeroen Marée, directeur cluster Zorg & Welzijn van het ROC RijnIJssel geven tekst en uitleg.

Voor het project Tech@doptie hebben de samenwerkende partners een aanvraag ingediend bij het Regionaal Investeringsfonds MBO (RIF). Deze aanvraag is onlangs goedgekeurd. Dit fonds is in het leven geroepen om samenwerking tussen het mbo, de publieke sector en het bedrijfsleven te stimuleren, zodat het beroepsonderwijs beter gaat aansluiten op de arbeidsmarkt. Ook in 2018 kunnen projecten voor publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs hun aanvraag indienen.

Gefeliciteerd met jullie goedgekeurde RIF-aanvraag! Hoe is het idee voor Tech@doptie ontstaan? 

Marée: ‘De zorg gaat steeds meer uit van de behoeften van de zorgvrager zelf. Ouderen wonen bijvoorbeeld langer thuis, zorg wordt echt maatwerk. Met technologie kunnen we deze geïndividualiseerde zorgvraag optimaal invullen. Maar welke techniek is zinvol vanuit welke zorgvraag? Hoe moet de zorgmedewerker van de toekomst zijn toegerust? Het doel van Tech@doptie is dat onze studenten én medewerkers van zorginstellingen leren werken met de nieuwste technologische aanpassingen. Het project draagt zo bij aan het thema ‘gebruik van technologie’ van het Zorg- en Welzijnspact Midden- en Zuid- Gelderland. Daarvoor leggen we ook dwarsverbanden met technische opleidingen.’ Kamphuis: ‘Het werkt namelijk twee kanten op. Denk aan een zorgrobot. Zo’n robot moet bruikbaar zijn in de zorgpraktijk én zorgmedewerkers moeten ermee kunnen werken. Ofwel: techniekstudenten leren wat ze erin moeten stoppen en zorgstudenten wat ze eruit kunnen halen. Daarvoor hebben we intensieve samenwerking, open communicatielijnen en veel kennisdeling nodig. En natuurlijk steeds de check met de praktijk. Want daar ligt onze kracht als ROC.’

Was het gemakkelijk om partners te vinden voor dit idee? 

Marée: ‘De zorginstellingen die we benaderden voor samenwerking waren direct enthousiast over zowel het thema als de samenwerking, net als de HAN en de Christelijke Hogeschool Ede. We hebben ingezet op persoonlijk contact op verschillende niveaus binnen de instellingen en goed doorgesproken welke ontwikkelingen nu spelen en wat we voor elkaar konden betekenen. Een regionaal netwerk tussen onderwijs- en zorginstellingen ontstond heel snel. Het klikte zo goed dat we zelfs een plan B hadden klaarliggen voor als onze RIF-aanvraag niet goedgekeurd zou worden. Ook dan waren we met dit onderwerp aan de slag gegaan.’

Hoe gaat het onderwijs eruitzien? En wat betekent dit voor de docenten? 

Marée: ‘Tot nu toe zijn techniek en zorg en welzijn relatief gescheiden werelden, ook in onderwijsinstellingen. Die crossover moeten we dus tot stand brengen. Daartoe richten we een practoraat in. Studenten, docenten èn medewerkers van zorginstellingen gaan het onderwijs ontwikkelen op basis van systematisch (praktijk)onderzoek in fieldlabs. Zo ontstaat een cyclisch proces van vraagarticulatie (waarbij we de behoefte van de zorgvrager achterhalen) naar experimenteren naar kennismanagement naar professionaliseren van studenten, docenten en medewerkers. De pilotlessen starten waarschijnlijk eind 2017.’ Kamphuis: ‘Omdat Tech@doptie ingebed moet worden in het onderwijs zelf, gaan we in een werkgroep nieuwe onderwijsactiviteiten ontwikkelen. Natuurlijk betrekken we docenten techniek hierbij. En samen met de praktijk – de zorginstellingen – experimenteren we met nieuwe toepassingen. De bevindingen benutten we dan weer voor ons onderwijs. Zo ontwikkelen we onderwijsactiviteiten voor ROC-studenten én voor zorgverleners. Om op de hoogte te blijven van de nieuwste innovaties moeten we ook samenwerken met het bedrijfsleven. Door het onderzoek in de fieldlabs is de samenwerking met bedrijven er eigenlijk als vanzelf. Ook maken we gebruik van de contacten die zorginstellingen al hebben met het bedrijfsleven.’