‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Leren en innoveren in een netwerk, hoe werkt dat?

Leren en innoveren in een netwerk, hoe werkt dat?

Ruim twee jaar geleden namen de HBO V-opleiding van InHolland en een aantal zorgorganisaties en wijkteams het initiatief voor leer- en innovatienetwerken. Studenten en professionals werken er samen aan innovatieve oplossingen voor actuele zorgvragen in de wijk en bij zorginstellingen. Wij spraken deze Koploper en vroegen: wat heeft de samenwerking opgeleverd?

Leren en innoveren in een netwerk, hoe werkt dat?

In een Leer- en InnovatieNetwerk (LIN) worden studenten van het lectoraat Gezondheid en welzijn van kwetsbare ouderen begeleid door een praktijkbegeleider van de zorgorganisatie en een docent van InHolland. Deze ‘Lectioner Practitioners’ loopt elke week een dag mee.

Waardevolle ervaringen 

De LIN’s bundelen een aantal voordelen. De Lectioner Practitioners doen waardevolle ervaringen uit het veld op, en verwerken dit in het onderwijsprogramma. Studenten maken al vanaf het eerste jaar kennis met de praktijk. Ze denken mee over het werk(proces), doen verbetervoorstellen en voeren onderzoek uit naar actuele vraagstukken. Van deze nieuwe inzichten profiteren de zorgorganisaties.

De hele mens 

Er zijn nu vier LIN’s operationeel. In de regio Amsterdam zijn er twee LIN’s binnen de Zonnehuisgroep Amstelland: op de revalidatieafdeling en op de verpleeghuisafdeling voor demente ouderen. Daarnaast is er een LIN gestart in het VUmc op de afdeling interne geneeskunde. Tenslotte is er in de regio Alkmaar een LIN gestart bij stichting NICO.  

Elke LIN heeft een grote opleidingscapaciteit, tussen de 10 tot 25 studenten per stageperiode. Teamleider HBO-V Katinka Rademaker: ‘Het is niet eenvoudig studenten te enthousiasmeren voor het werken in de wijk. Het beeld van oudere mensen en steunkousen aandoen is hardnekkig. Door in het onderwijs aandacht te besteden aan het werken in de wijk en gastdocenten uit de wijk uit te nodigen, raken studenten meer bekend met het uitdagende, diverse en complexe karakter van het werken in de wijk. Het interprofessioneel samenwerken is ook zeer actueel in de wijk, dit maakt de wijk een veelzijdige werkplek.’ Zo onderzoekt een aantal studenten hoe wijkverpleegkundigen en huisartsen nog beter met elkaar kunnen samenwerken. Op basis hiervan stellen ze een protocol op. ‘Denk aan de vragen die je als huisarts of wijkverpleegkundigen kunt stellen aan cliënten, zodat de informatie goed op elkaar aansluit. En wanneer wijkverpleegkundigen wel of geen huisarts inschakelen.’ Deze en andere ervaringen uit de praktijk hebben inmiddels een plek gekregen in het onderwijsprogramma.

Katinka Rademaker

Andere leerhouding 

Naast een betere aansluiting van het onderwijs op de praktijk, is de leerhouding van de studenten veranderd: van passief naar actief onderwijs, van reproductie naar direct toepassen van kennis. Kennis wordt nu op een hoger niveau toegepast.

Lectioner Practitioner Janneke Willemse: ’Vroeger kreeg je onderwijs aangeboden. Nu ga je zelf aan de slag. Je leert kritisch te kijken naar de zorgsetting, wat anders kan. Een mooi voorbeeld hiervan was de koffieronde in het revalidatiecentrum, waar ik Learning Practitioner was. Een van onze studenten vroeg zich af waarom de cliënten de koffie op hun kamer kregen. In een revalidatiecentrum wil je bewegen stimuleren en sociaal contact is ook belangrijk. Zij stelde voor de koffie te serveren in een centrale ontmoetingsruimte.’

Janneke Willemse

Kritische blik 

Niet alleen de studenten, ook de professionals leren bij. Willemse: ‘Het was voor de afdeling revalidatie niet bekend dat er een protocol was voor verplegen aan aangedane zijde. Wij introduceerden een effectievere werkwijze, gebaseerd op nieuwe wetenschappelijke inzichten. De professionals waren er enthousiast over. Ze gaven aan dat de nieuwe werkwijze hun blik verruimde.  Kritisch nadenken over de zorg die geleverd wordt, is iets wat wij in de opleiding ook hopen te bereiken.’

Deze en andere voorbeelden tonen aan dat de (wetenschappelijk onderbouwde) zorg effectiever is geworden door het anders te organiseren. En dat komt de cliënten ten goede. ‘Het is fijn als je weet dat je verantwoorde zorg krijgt, gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten’, aldus Rademaker.

Onbegrip 

Dat de kritische vragen van studenten over het werk ook anders kunnen uitpakken, ervoer Willemse in haar LIN bij een verzorgingshuis. ‘De studenten stelden kritische vragen aan de professionals, maar hadden hierbij weinig oog voor de context waarin de professionals moesten werken. In dit geval belemmerden bezuinigen de professionals om ideale zorg te verlenen. De vragen van de studenten gaven de professionals het gevoel dat ze hun werk niet goed deden. Het onbegrip tussen professionals en studenten werd steeds groter. Wat we hiervan hebben geleerd, is ons te focussen op wederzijds begrip en een leerrendement van beide partijen.’ Willemse wijt een deel hiervan aan een te snelle start. Het LIN was in twee weken gevormd. ‘Nu nemen we er veel meer tijd voor. We gaan eerst met alle betrokkenen in gesprek over doel en werkwijze van het LIN en wat we van elkaar verwachten. We bespreken ook wat we doen als het niet goed gaat. Al deze zaken leggen we vast in een projectplan.’

Groeimodel 

Binnenkort starten twee nieuwe LIN’s, één in een project rondom geestelijke gezondheidszorg in de wijk en één in een ziekenhuis. Als het aan InHolland ligt, blijft het daar niet bij. ‘Maar het is wel een groeimodel’, zegt Rademaker. ‘We krijgen nu veel aanvragen van zorgorganisaties. Ze zijn geïnteresseerd in wat wij te brengen hebben en ze vinden het prettig dat studenten ook door een docent op de werkvloer worden begeleid. Maar ik moet ook praktisch blijven, ik kan niet alle leraren uitlenen aan LIN’s. Er zal ook vanuit het werkveld geïnvesteerd moeten worden. We hebben een gezamenlijke opgave om zoveel mogelijk HBO verpleegkundigen op te leiden voor de regio.’

‘Daarnaast zijn we ook nog aan het uitzoeken hoe we de netwerken zo goed mogelijk kunnen vormgeven. Wat wel en niet werkt. De effecten van de LIN’s willen we vervolgens meten, bij studenten, cliënten en professionals. Dat moet een solide basis zijn om meer LIN’s op te zetten. Uiteindelijk willen we dat al onze studenten met alle zorggebieden kennismaken via een LIN.’

Gerelateerd aan