‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Na opscholing heeft helpende niveau 2 toekomst in de thuiszorg

Na opscholing heeft helpende niveau 2 toekomst in de thuiszorg

De complexiteit in de zorg neemt toe en de inzet van het informele netwerk van de cliënt wordt vergroot (mantelzorg). Dit lijkt de inzet van de helpende op niveau 2 te ondermijnen. Veel thuiszorgorganisaties kiezen ervoor om medewerkers van niveau 2 op te leiden naar niveau 3 of om afscheid te nemen van deze medewerkers. Echter, niet iedere thuiszorgorganisatie is overtuigd van deze beweging.

Na opscholing heeft helpende niveau 2 toekomst in de thuiszorg

WZW deed een breed verkennend onderzoek onder werkgevers, werknemers, belangenorganisaties en verzekeraars om te achterhalen wat niveau 2 kan bijdragen in de wijkzorg en wat deze daarvoor moet doen. Daaruit bleek dat de helpende niveau 2 als waardevol gezien wordt. ‘De kracht van de helpende is de kwaliteit van laag complexe basiszorg die ze levert en persoonlijke aandacht die ze de cliënt geeft’, vertelt projectmanager WZW en één van de onderzoekers Levien Rademaker. ‘Ook de frequentie van het contact met de cliënt en de relatief lage personeelskosten worden positief geëvalueerd.’

Knelpunten 

Er is echter een belangrijke “maar”; de helpende zal zich moeten ontwikkelen tot een helpende PLUS. Want er wordt momenteel een aantal knelpunten ervaren. Zo heeft de helpende moeite met het uitvragen van de zorgvraag, het opvangen en doorgeven van signalen over veranderingen bij cliënten. Een ander knelpunt is dat de helpende geneigd is om te zorgen vóór de cliënt in plaats van te zorgen dat de cliënt iets zélf kan doen. Daarnaast ziet men dat de helpende veel ondersteuning nodig heeft in het uitvoeren van het werk. ‘De helpende van de toekomst zal zich moeten ontwikkelen op het signaleren van bijvoorbeeld verandering in gedrag van cliënten en reacties op medicijnen. Ook zal de helpende zich moeten richten op de ontwikkeling van zijn communicatieve vaardigheden richting de cliënt en zijn netwerk.’ Deze opscholing hoeft niet per se met een complete opleiding maar kan met kortdurende training en het behalen van deelcertificaten.

Opvallend in het onderzoek is dat verzekeraars ambivalent zijn over de waarde van de helpende. ‘De ene verzekeraar is positief’, licht Rademaker toe, ‘de ander gaf aan dat binnen de Wlz geen ruimte is voor de helpende op niveau 2, anders dan additionele arbeid.’ Vanuit de WMO is die ruimte er mogelijk wel, werd aangegeven. Het is echter nog niet duidelijk hoe verzekeraars hier in de toekomst mee om zullen gaan.

Aanbevelingen 

In de nieuwe cao voor de thuiszorg is een artikel opgenomen dat ruimte biedt voor investeringen in niveau 1 en 2: Bijdrage arbeidsmarktfitheid medewerkers niveau 1 en 2. Een stevige verbinding met een collega op niveau 4 of 5 is gewenst. Een mogelijke invulling: de niveau 4/5 collega is regisseur in de dienstverlening en gaat minimaal 1 keer per week bij de cliënt langs. Op die manier kan de ontwikkeling van de cliënt gemonitord worden. De rest van de zorg wordt verleend door de helpende. Dit kan bij stabiele, laag complexe zorg en een scherp afgebakende rolverdeling. Dit vraagt overigens wel om een cultuur waarin ruimte is voor niveau 2 om als volwaardig teamlid te functioneren. Een deel van de helpenden zal de omslag naar niveau 2 PLUS niet kunnen maken. Een mogelijkheid is om voor deze groep thuisondersteuning te ontwikkelen samen met de gemeente. Zie voorstel. http://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2016/2/Toekomstvisie-Thuisondersteuning.pdf

Over het onderzoek 

Opdrachtgever van dit onderzoek is Interzorg. Samen met WZW heeft deze thuiszorgorganisatie het onderzoek uitgevoerd. Een brede groep van respondenten heeft door middel van diepte-interviews aan het verkennend onderzoek deelgenomen. Dit waren twee zorgverzekeraars, drie belangenorganisaties, twee thuiszorgorganisaties (anders dan Interzorg), twee cliënten en een aantal medewerkers van Interzorg (1 verzorgende, 2 verpleegkundigen, 2 teamleiders, 1 directeur en 1 kwaliteitscoördinator).