‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • ‘Raar? Dan heb je een innovatiepunt beet!’ Leren in de praktijk, de rol van de student

‘Raar? Dan heb je een innovatiepunt beet!’ Leren in de praktijk, de rol van de student

‘Zoek een probleem, vind een oplossing. Verwonder je. Vind je iets raar? Dan heb je het startpunt van je zoektocht te pakken!’ Dat is de les die studenten bij het begin van hun minor+ meekrijgen van Silicon Venturing, gastorganisatie van de vierde en laatste werksessie ’Leren in de praktijk.’ De bijeenkomst in het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) op 13 november staat in het teken van de student: wat weten we vanuit ontwikkelingsperspectief over studenten en hoe kan dat helpen om praktijkleerroutes en werkplekleren goed in te richten? Wat kunnen we van studenten vragen? Voor welke types studenten is leren in de praktijk geschikt? Vragen waarop professionals van zorginstellingen, wetenschappers en studenten gezamenlijk antwoorden proberen te vinden door hun kennis en ervaringen te delen.

‘Raar? Dan heb je een innovatiepunt beet!’  Leren in de praktijk, de rol van de student

‘Een zooitje ongeregeld in een snelkookpan, zo zou ik onze studenten het best kunnen omschrijven. Als ze hier aan hun minor beginnen weten ze vaak niet eens wat een ziekenhuis is.’ Marcel Wilschut, innovatiemanager bij het ASZ legt de kracht van Silicon Venturing uit. ‘En dat is een prachtig vertrekpunt, want juist daardoor hebben ze een open blik en ontstaat de verwondering. Het feit dat ze als groep gezamenlijk vanuit volkomen verschillende disciplines een oplossing voor een probleem moeten uitwerken zorgt voor verrijking: ze brengen elkaar op ideeën die ze alleen nooit bedacht zouden hebben.’ De minor biedt de studenten alle ruimte om zich te ontwikkelen door de vrije en uitdagende opzet: geen kaders, oneindig budget maar wel in 10 weken een prototype presenteren aan het ziekenhuis. Marcel Wilschut: ‘Wat dat oplevert? Betrokken studenten, interdisciplinaire samenwerking, groei van de competenties en geen beoordeling op uitkomsten, af en toe knallende ruzies en de hoogste beoordeling van minors bij de Hogeschool Rotterdam.’

Gerard van der Star, docent Hogeschool Rotterdam, onderstreept het belang van een veranderende houding en de waarde van innovatie binnen het onderwijs . ‘We leiden nog steeds studenten op vanuit de visie van vroeger terwijl dat niet overeenkomt met de huidige tijd. Dat is pas raar. We hebben heel andere ‘handjes’ nodig in de toekomst. Daar moeten we met elkaar over nadenken.’

Wat weten we vanuit ontwikkelingsperspectief over studenten?

‘De uitgangspunten van Leren in de Praktijk sluiten heel goed aan bij een ideale leeromgeving voor een adolescent. Dat weten we uit hersenonderzoek.’ Sabine Peters, universitair Docent Educational Neuroscience van de Universiteit Leiden, geeft inzicht in de kansen voor theoretisch leren en leren in de praktijk van adolescenten. ‘Een adolescent: heeft namelijk meer focus op korte termijnbeloningen, heeft moeite met plannen en organiseren, is gevoelig voor positieve en negatieve sociale invloeden en zet alles op alles om zijn doel te bereiken als hij gemotiveerd is. Leren in de praktijk sluit veel beter aan dan het theoretische leersysteem omdat daarin alle onderdelen samenkomen waar zijn ontwikkelende brein gevoelig voor is:

  • Meer directe feedback: meteen resultaat van je werk
  • Beloningsgevoeligheid zorgt ervoor dat je beter kunt leren.
  • Meer betrokkenheid bij het werk bij sociaal-emotionele motivatie’

Wat hebben studenten nodig?

Loek Nieuwenhuis, lector Beroepspedagogiek aan de HAN en hoogleraar aan het Welten-instituut voor leren, doceren en technologie van de OU:  ‘Lang niet iedere werkplek is een goede werkplek. Het is uiteindelijk de klik tussen begeleider en student die het leereffect bepaalt.’ Op basis van literatuurstudie zijn een aantal vuistregels opgesteld waar een student bij gebaat is:

  • Comakership tussen school en werk: beiden moeten zich verantwoordelijk voelen voor het opleiden van de student.
  • Verschillende conceptuele frames zorgen voor beter leren, schoolse kennis is niet zomaar werkrelevant.
  • Bereid de student goed voor op de werkplekken door middel van de WISH-formule: Wens, Inleven, Struikelblok, Handeling
  • Behandel de student als een volwaardig werknemer, zie hem als je partner.

Nieuwenhuis onderstreept het belang van het goed voorbereiden van de student op leren in de praktijk. ‘Autonomie mag niet perverteren naar gebrek aan ondersteuning. Ze zijn jong en hebben ondersteuning nodig. Zo stimuleer je ze richting Leven Lang Ontwikkelingen’.

Hoe bevorder je gezamenlijk leren?

‘In een ZIC komt leren meer tot zijn recht, de ruimte en omgeving zijn er op ingesteld. Je wordt meer uitgedaagd dan op een gewone stage.’ Jessica Michels, student Libra Revalidatie voelt zich serieus genomen op haar werkplek. ‘Je kunt hulp vragen aan iedereen, niet alleen aan je werkbegeleider en daardoor leer je snel en veel.’ Cis Lijten, Lecturer Practitioner Libra R&A en docent Fontys Hogeschool Mens en Gezondheid, verduidelijkt: ‘Er is geen blauwdruk voor een ZIC, afhankelijk van de setting en het type zorg creëert de instelling de leersituatie. Wij hebben 120 studenten per jaar van zorg- en niet-zorggerelateerde beroepen op 1 locatie, dat vergt veel afstemming. Maar in de praktijk is dat niet anders dus waarom dan niet al starten tijdens de stage? Tegelijkertijd leren de zorgprofessionals van studenten: de werkwijze wordt door hen voortdurend ter discussie gesteld. Docenten kunnen snel contact leggen met praktijkbegeleiders en studenten daardoor biedt de ZIC ruimte om echt te leren.

Bij de Praktijkleerroute van Rijn IJssel lopen studenten direct vanaf de eerste dag van hun opleiding stage en krijgen onderwijs, in samenwerking met de praktijk, aangeboden op de stage-instelling. Uitgangspunt van de Praktijkleerroute is dat alles zich afspeelt in de context van de praktijk. Sjoerd Meffert, student: ‘Het leerbedrijf is organisch, je hoeft niet statisch in een klas te zitten. Je doet heel veel ervaring op met verschillende mensen met verschillende behoeftes. Dat maakt je fexibel. En als je iets niet weet is er altijd een docent in de buurt die antwoord geeft.’ Moeten we het reguliere onderwijs dan maar afschaffen? Mark Lentink, docent ROC Rijn IJssel: ‘Nee, we moeten wel heel kritisch naar onderwijs kijken. School in de klassieke betekenis heeft wel degelijk een functie: het aanleren van normen en structuur bijvoorbeeld. Daar is de praktijk dan weer minder geschikt voor.’